|
|
|||||||||||
Projecten / mijn oeuvre: |
|
OVER MIJN WERK
ARTIKEL DOOR SANDRA MACKUS (kunsthistorica) / 2025 In Museum Belvédère spreek ik kunstenaar Egbarta Veenhuizen (Oostzaan, 1953), die in haar tentoonstelling Op Groenland een monumentale tekeninstallatie combineert met intieme werken op papier. Haar inspiratie putte ze uit herinneringen, tekeningen en foto’s van haar eigen reizen, én uit het boek De profeten in de Eeuwigheidsfjord (2012) van Kim Leine. De tekeninstallatie zag ik eerder, in een andere vorm en onder een andere titel, tijdens een expositie in Pulchri Studio in Den Haag. Het blijkt een kenmerkend onderdeel van haar werkwijze: lossnijden en -knippen, om vervolgens de vrijheid te voelen en intuïtief nieuwe paden te verkennen. Daaraan gaat een lange weg vooraf voordat Veenhuizen zichzelf deze vrijheid permitteerde. Veertig jaar lang werkte ze in de psychiatrie, eerst als drama- en later ook als beeldend therapeut. In de jaren tachtig volgde ze, naast haar drukke baan, een avondstudie aan de Academie Minerva. ‘Dat waren tropenjaren,’ vertelt ze. ‘Ik had me aanvankelijk op beeldhouwen willen richten, maar ik had de indruk dat ik vrij onhandig ben. Dat zijn van die aannames, voortkomend uit mijn jeugd omdat ik linkshandig ben. Na een algemeen jaar koos ik toen voor grafiek en tekenen, en uiteindelijk ben ik afgestudeerd in schilderen.’ Nog altijd positioneert de kunstenaar zich niet uitsluitend als tekenaar of schilder, omdat haar oeuvre een rijke diversiteit aan materialen en disciplines kent. ‘Ik omschrijf mezelf meestal als beeldend kunstenaar, omdat ik zoveel verschillende disciplines heb gebruikt. In het begin van mijn carrière maakte ik vooral ruimtelijk werk — waaronder bronzen beelden — maar ik heb ook fotocollages, schilderijen, tekeningen en tekeninstallaties gemaakt.’ Het is de mens in existentiële zin die lange tijd in haar werk centraal heeft gestaan. Hoewel ze het verband met haar werk als creatief therapeut niet altijd direct erkende, lijkt ze dit inmiddels voorzichtig te hebben aanvaard. ‘Ik heb zo lang mensen geobserveerd, gezien, gesproken en beschreven – het kan niet anders dan dat dat invloed heeft gehad en nog steeds heeft. Ik heb lange tijd een soort muur gebouwd tussen mijn werk als therapeut en mijn beeldend kunstenaarschap, omdat het veel verwarring gaf. Het was ingewikkeld.’ Door beeldend bezig te zijn, maakt Veenhuizen zich juist los van haar omgeving. ‘Als ik aan het werk ben, ben ik teruggeworpen op mezelf. Dat bewustzijn, die focus, jezelf losmaken – dat staat in wezen voor vrijheid. Het is voor mij een heel fysiek proces: door contact te maken met materialen, door te voelen.’ Terwijl ze jarenlang intensief contact had met mensen in haar werk als therapeut, verlangt ze in haar beeldend werk juist naar afzondering. Al tijdens haar academietijd vraagt ze een reis- en studiebeurs aan om naar Mexico te gaan. Ze had behoefte aan verandering, aan tijd alleen en aan de uitdaging zich staande te houden buiten haar drukke leven in Nederland. ‘Ik had behoefte aan een andere omgeving, om uit te breken en dat alleen te doen,’ vertelt ze. ‘Het ging mij om het gehele avontuur, om het onbekende te betreden.’ Haar nieuwsgierigheid naar andere culturen en intuïtieve kunstenaars bracht haar naar Zuid-Amerika. Uiteindelijk schilderde ze daar de werken waarmee ze afstudeerde. Het blijkt niet de laatste reis die haar inspireerde. ‘Mijn partner is documentair fotograaf en ging daarvoor vaak op reis. We reisden samen. Terwijl hij intensief fotografeerde voor zijn boeken, bezocht ik tentoonstellingen en deed indrukken op.’ Rond de tijd dat ze haar eerste reis naar Groenland maakte, besloot Veenhuizen thematisch te gaan werken. ‘Tot 2010 werkte ik vooral vrij, intuïtief en associatief. Ik was vrij in materiaal, in denkwijze. Ik liet me erg leiden door het proces zelf.’ De keuze om meer thematisch te werken viel samen met een sabbatical jaar (2010/11). ‘Voor dat jaar wilde ik een duidelijk plan hebben, om geen kostbare tijd te verspillen. Ik wilde het werk ook voor mezelf beter kunnen uitleggen. Toen heb ik besloten mijn werk te verbinden aan een boek. Uiteindelijk heb ik dat met drie boeken gedaan.’ Zo las ze als voorbereiding op haar reis naar Groenland het boek van Kim Leine, dat ze inmiddels meerdere keren heeft gelezen. Haar thematische invalshoek brengt ook twijfels. ‘Ik dacht zo nu en dan: waar is mijn intuïtieve, spontane handelen gebleven? Met dat thematisch werken win je iets, maar verlies je ook iets.’ Toch sluipen er nog altijd absurde, associatieve elementen haar werk binnen – momenten waarop iets onverwachts zich aandient. Die vrijheid uit zich ook in haar onconventionele materiaalgebruik: zo gebruikt ze bijvoorbeeld kunsthaar, dat ze op intuïtieve wijze in haar werk heeft verwerkt. De echte bevrijding vond ze echter opnieuw in het handelen zelf – in het snijden, knippen en losscheuren. Vanaf 2020 besloot ze toe te geven aan die altijd al aanwezige behoefte om te snijden, om letterlijk de voorstelling los te maken uit de omgeving. ‘Het is een resolute handeling,’ zegt ze. ‘Het geeft voldoening, het is heerlijk om te doen.’ Dat fysieke gebaar roept ook jeugdherinneringen op: aan haar moeder die kookte in de keuken, terwijl zij aan tafel plakken koolraap sneed en er gezichtjes in maakte. Of aan haar vader, die beschuiten insneed of een sinaasappelschil tot lachend gezicht vormde. ‘Het snijden en knippen is voor mij verbonden met warmte, gezelligheid, plezier,’ zegt ze. ‘Dat heeft onbewust zeker meegespeeld. Het is iets gevoelsmatigs – en tegelijk heel associatief.’ Die behoefte om zich los te snijden keert ook terug in haar manier van werken. ‘Als je met z’n tweeën reist en je gaat tekenen, dan maak je je los van de ander. Dan val je als het ware samen met jezelf.’ Tekenen is voor Veenhuizen meer dan een artistieke handeling: het is een manier om aanwezig te zijn, in directe relatie met de omgeving. Tijdens een reis naar Antarctica zat ze een uur lang alleen op een steen te tekenen. ‘Het was op een schiereiland bij Patagonië. Je moest er met een groepje rondlopen, maar ik heb me even losgemaakt. Daar heb ik een heel intense tekening gemaakt. Als ik die nu zie, zit ik onmiddellijk weer daar.’ In Op Groenland komt al die gelaagdheid samen. De tekeninstallatie die ik eerder zag in Pulchri Studio had toen nog een driehoekscompositie. De installatie is voortdurend in beweging gebleven: ze wordt losgemaakt, gehergroepeerd, opnieuw samengesteld en er worden dingen toegevoegd. Gaandeweg kreeg het werk ook een meer maatschappijkritische lading. ‘Dat is geleidelijk gekomen,’ zegt de kunstenaar. ‘Het losmaken, aan elkaar koppelen, hergroeperen – het werk krijgt steeds een nieuwe context.’ De tekeninstallatie groeit, verschuift, verandert. ‘Ik krijg steeds meer zin om dit weer voort te zetten,’ zeg ze enthousiast. ‘Misschien moet ik toch nog maar weer eens terug naar Groenland!’ Mijn oeuvre is erg divers en bestaat uit tekeningen, collages en beelden. De menselijke figuur en identiteit staat centraal in mijn werk en met name het portret keert steeds terug. De laatste jaren maak ik vooral getekende collages: ik word vaak geïnspireerd door een roman, historische gebeurtenis of een reis. Voor een tentoonstelling in Museum Veere, Zeeland (2022) maakte ik een `installatie` op twee panelen van populierenhout. Narratief: Een getekende collage met Mary Stuart, een dochter van de Schotse koning James de Eerste als inspiratiebron. In 1444 werd zij uitgehuwelijkt aan Wolfert van Borssele, een toen 11 jarige telg uit de adellijke familie van Borssele in Veere. Zij was toen 14 jaar. In die tijd was het niet ongebruikelijk dat zulke jonge meisjes en jongens werden uitgehuwelijkt (voor vaak zakelijk gewin). Dit werk beeldt haar angst uit voor verdrinking en watersnoodrampen maar ook de angst en opwinding voor die onbekende jongen/man en onbekende familie in de `lowlands` waar in 1422 de St Elisabethvloed Zeeland overstroomde. Dit werk is in langdurig gebruik van Museum Veere. In 2020 ontstond een serie werken zgn cut-outs (een term, gebruikt door Henri Matisse maar ook door Jonathan Borofsky in de jaren `80). Snijden en knippen in papier of ander materiaal is voor mij altijd een groot genoegen: het schept de illusie van ruimte en hierdoor krijgt het dieptewerking. Leegte en materiaal vormt één geheel. In de periode 2015-2018 heb ik (i.s.m mijn partner, Dolph Kessler, documentair fotograaf) een tekenproject gemaaktrondom de Amelander walvisvaarder Hidde Dirks Kat die in 1777 schipbreuk leed voor de kust van Groenland. Hij en zijn bemanning werden gered door de Inuit. In zijn dagboek schrijft hij zeer uitgebreid en lovend over de `wilde menschen`(Inuit) die hem en zijn bemanning gered hebben. Tijdens dit project heb ik het thema verbreed naar de gehele Arctische wereld, een gebied dat ikzelf verschillende keren heb bezocht. Inspiratie voor een andere serie tekeningen was het boek `De profeten in de Eeuwigheidsfjord` door Kim Leine (ISBN 9789029586160/NUR 302). Dit project bestaat uit een serie levensgrote tekeningen: een optocht van Inuit vrouwen en andere figuren die de Inuit in GROENLAND in de afgelopen eeuwen hebben ontmoet zoals Deense missionarissen. Door deze ontmoetingen/confrontatie is het isolement waarin de Inuit leefden geleidelijk opgeheven. Deze installatie was in 2019 te zien in de schouwburg `De Lawei` in Drachten. Titel: `Ik voel mij thuis in de kou`/Ittoqqortoormitt`. Het thema heeft alles te maken met de reizen die ik gemaakt heb naar Arctische gebieden; naar Alaska (2009), IJsland (2012) en GROENLAND (2015, 2018 en 2019). Ik reisde in 2006 naar Antartica. Arctis is het gebied rond de noordpool van de Aarde. Het gebied staat ook bekend als het land van de middernachtzon, aangezien de Arctis voor een groot deel binnen de noordpoolcirkel ligt. De naam Arctis is een verwijzing naar de sterrenbeelden Grote Beer en Kleine Beer (Arctos is Grieks voor Beer) die zich in de buurt van de noordelijke hemelpool bevinden. In 2017 ontstond er een serie grote tekeningen (140 x100 cm) over iconische figuren in Arctische landschappen zoals `The explorer` en `The Universal Soldier`, The snowqueen` en met extra aandacht voor vrouwen die van betekenis zijn (geweest) voor gebieden zoals Groenland en de Noordpool. Een serie levensgrote tekeningen van moedige vrouwen die indertijd naar de Noordpool en Groenland zijn gereisd: Bernice Notenboom (Nederlandse), Louise Arner Boyd en Barbara Hillary (Amerikanen). Naast deze tekeningen op groot formaat is er ook een serie kleine reistekeningen en twee portretten van Louise Boyd. In 2019 werd een Kunstproject gerealiseerd, onderdeel van het kunstproject `Into the wetlands`in z.w. Friesland i.s.m Carole Witteveen wat bestond uit tekeningen op 3 grote panelen en o.a een levensgroot beeld naar Seamus Heaney. Deze beroemde Ierse dichter schreef het gedicht `Digging`. `New selected poems, 1966-1989, London 1987 en vormde de inspiratie voor het beeld. OPDRACHTEN In 2022 maakte ik levensgrote tekeningen van twee kinderen (particuliere opdracht). Uitgevoerd in grafiet en pastel. In 2018 maakte ik in opdracht van de Stichting Amelander Musea (STAM) en de Stichting HDK2018 (Hidde Dirks Kat 2018) illustraties voor een kookboekje en een portret van de walvisvaarder Hidde Dirks Kat (100x140cm)en de vrouw van de walvisvaarder: Jantje Jans (90x70cm). Deze portretten zijn aangekocht door de Stichting Amelander Musea (STAM). RECENSIE OVER DE TEKENING `VERDWAALD IN HET LANDSCHAP` (140 X 100 CM) Zie overzicht oeuvre onder ICONISCHE FIGUREN UIT DE BLOG VAN VILLA REPUBBLIKA (http://villalarepubblica.wordpress.com/) door Bertus Pieters n.a.v zijn bezoek aan de Zomerexpositie in het Gemeentemuseum in Den Haag Lang geleden maar nog steeds een mooie beschrijving van deze tekening In `VERDWAALD IN HET LANDSCHAP’, een prettig grote tekening van Egbarta Veenhuizen zitten twee haasachtigen niet bepaald heel parmant in een landschap dat ook niet echt op een vreedzaam knollenland lijkt. De twee grote hazen lijken een soort speelgoed te zijn, blijkbaar van hout, wel beweegbaar, maar bepaald niet knuffelbaar. Het is niet duidelijk of de houten hazen sympathiek van aard zijn of kwaad in de zin hebben. Er lijkt alles uit deze unheimische wezens voort te kunnen komen. Dat wordt nog benadrukt door hoe de ene haas over het witte konijntje heen gebogen staat. Maar mooier is misschien nog dat niet slechts het plaatje hier telt maar vooral ook hoe het plaatje is gemaakt, hoe het verhaal verteld wordt. In een grote tekening waar het wit van het papier zo nadrukkelijk aanwezig is, is het eigenlijk verwonderlijk hoeveel verschillende tekentechnieken gebruikt zijn. Kijk naar de robuuste manier waarmee de contouren van de hazen getekend zijn, hoe fraai de kop van de zittende haas is uitgewerkt, met de grijsblauwe pupil in het oogwit en de quasi- glimlachende bek. Kijk naar de vreemde gegumde structuren en de contouren van de gebogen haas en het witte konijntje eronder. Maar zie ook het verschil tussen de hooiachtige hoop eromheen, het prachtig diepe perspectief naar de heuvels die daar weer achter liggen en het blauw daarboven als slotaccent. Het aardige is dat dit alles vrij onnadrukkelijk gebeurt. Het accent ligt niet op de techniek, maar die techniek is in feite overal aanwezig in de tekening en leidt tot een wonderlijk geheel. |
||||||||||
|
|
||||||||||||