|
|
|||||||||||||
Projecten / mijn oeuvre: |
|
2025
- MUSEUM BELVEDÈRE, HEERENVEEN/ ORANJEWOUD:`OP GROENLAND` 11 OKTOBER `25 t/m 8 FEBRUARI 202 - Huis Kernhem, Ede - Museum Heerenveen 2024 - FUSE, NDSM terrein in Amsterdam 2023 - Museum Belvedere, Oranjewoud/Heerenveen - Lauwersland/kunstroute (maart) - I DRAW A LINE! HKK(Haagse Kunstkring),Den Haag 2022 - Museum Veere, Veere - Blue House Gallery, Schull, Ierland - West Cork Art Centre, Skibbereen, Ierland 2021 - Pulchri, Den Haag 2020 - Amstelkerk, Amsterdam 2019 - Museum Belvedère, Oranjewoud/Heerenveen Frysk, Honderd jaar schilderkunst in Friesland - Pictura, Groningen - Theater de Lawei, Drachten - Galerie Sic Serp Salon d`hiver, Rotterdam 2018 - Museum Swartwoude, Ameland Kunstmaand Ameland - Pulchri, Den Haag - Galerie Artemisia in Kunstzaken/Leeuwarden - BAS galerie, Sneek 2017 -`Once the wetlands`, Rottige Meenthe i.s.m Carole Witteveen - De Westerkerk, Leeuwarden 2016 - Museum Sorgdrager, Hollum, Ameland - Lauwerslandroute 2014 -`Havezate`, De Haere, Olst 2011 - Haags Gemeentemuseum, Zomerexpositie PUBLICATIES 1. `Any dream will do` is de titel van een boekje met tekeningen over pubs en paarden in Ierland In eigen beheer uitgegeven, 21x13 cm, 100 ex. (2017) 2. `Egbarta Veenhuizen, het raadsel wordt er niet minder om`: een selectie van werk (1995-2011)met een essay, geschreven door Huub Mous. Uitgave in 2011, in eigen beheer uitgegeven en gedrukt bij Tienkamp, Groningen. Mauritsheech publ/ hardcover edition, 29 x 22 cm, 500 ex. 3. Illustraties in het boekje `het Arctische en Amelandse kookboekje` in het kader van Culturele hoofdstad 2018 4. De omslag van het boek `Duivelsdag op Groenland` door Ype Poortinga (2018) ISBN 9789056154509 / Bornmeer - Zie `HDK project` 5. Tekeningen in de gedichtenbundel `Breuklijn van het ijs` (2016) ISBN 9789082187373 / Uitg. Mauritsheech 6. Afbeelding `De ontdekkingsreiziger` in het boek `FRYSK`, 100 jaar schilderkunst in Friesland` Museum Belvedère Noordboek ISBN: 978 90 5615 492 9 2025 INTERVIEW DOOR SANDRA MACKUS (kunsthistorica) In Museum Belvédère spreek ik kunstenaar Egbarta Veenhuizen (Oostzaan, 1953), die in haar tentoonstelling Op Groenland een monumentale tekeninstallatie combineert met intieme werken op papier. Haar inspiratie putte ze uit herinneringen, tekeningen en foto’s van haar eigen reizen, én uit het boek De profeten in de Eeuwigheidsfjord (2012) van Kim Leine. De tekeninstallatie zag ik eerder, in een andere vorm en onder een andere titel, tijdens een expositie in Pulchri Studio in Den Haag. Het blijkt een kenmerkend onderdeel van haar werkwijze: lossnijden en -knippen, om vervolgens de vrijheid te voelen en intuïtief nieuwe paden te verkennen. Daaraan gaat een lange weg vooraf voordat Veenhuizen zichzelf deze vrijheid permitteerde. Veertig jaar lang werkte ze in de psychiatrie, eerst als drama- en later ook als beeldend therapeut. In de jaren tachtig volgde ze, naast haar drukke baan, een avondstudie aan de Academie Minerva. ‘Dat waren tropenjaren,’ vertelt ze. ‘Ik had me aanvankelijk op beeldhouwen willen richten, maar ik had de indruk dat ik vrij onhandig ben. Dat zijn van die aannames, voortkomend uit mijn jeugd omdat ik linkshandig ben. Na een algemeen jaar koos ik toen voor grafiek en tekenen, en uiteindelijk ben ik afgestudeerd in schilderen.’ Nog altijd positioneert de kunstenaar zich niet uitsluitend als tekenaar of schilder, omdat haar oeuvre een rijke diversiteit aan materialen en disciplines kent. ‘Ik omschrijf mezelf meestal als beeldend kunstenaar, omdat ik zoveel verschillende disciplines heb gebruikt. In het begin van mijn carrière maakte ik vooral ruimtelijk werk — waaronder bronzen beelden — maar ik heb ook fotocollages, schilderijen, tekeningen en tekeninstallaties gemaakt.’ Het is de mens in existentiële zin die lange tijd in haar werk centraal heeft gestaan. Hoewel ze het verband met haar werk als creatief therapeut niet altijd direct erkende, lijkt ze dit inmiddels voorzichtig te hebben aanvaard. ‘Ik heb zo lang mensen geobserveerd, gezien, gesproken en beschreven – het kan niet anders dan dat dat invloed heeft gehad en nog steeds heeft. Ik heb lange tijd een soort muur gebouwd tussen mijn werk als therapeut en mijn beeldend kunstenaarschap, omdat het veel verwarring gaf. Het was ingewikkeld.’ Door beeldend bezig te zijn, maakt Veenhuizen zich juist los van haar omgeving. ‘Als ik aan het werk ben, ben ik teruggeworpen op mezelf. Dat bewustzijn, die focus, jezelf losmaken – dat staat in wezen voor vrijheid. Het is voor mij een heel fysiek proces: door contact te maken met materialen, door te voelen.’ Terwijl ze jarenlang intensief contact had met mensen in haar werk als therapeut, verlangt ze in haar beeldend werk juist naar afzondering. Al tijdens haar academietijd vraagt ze een reis- en studiebeurs aan om naar Mexico te gaan. Ze had behoefte aan verandering, aan tijd alleen en aan de uitdaging zich staande te houden buiten haar drukke leven in Nederland. ‘Ik had behoefte aan een andere omgeving, om uit te breken en dat alleen te doen,’ vertelt ze. ‘Het ging mij om het gehele avontuur, om het onbekende te betreden.’ Haar nieuwsgierigheid naar andere culturen en intuïtieve kunstenaars bracht haar naar Zuid-Amerika. Uiteindelijk schilderde ze daar de werken waarmee ze afstudeerde. Het blijkt niet de laatste reis die haar inspireerde. ‘Mijn partner is documentair fotograaf en ging daarvoor vaak op reis. We reisden samen. Terwijl hij intensief fotografeerde voor zijn boeken, bezocht ik tentoonstellingen en deed indrukken op.’ Rond de tijd dat ze haar eerste reis naar Groenland maakte, besloot Veenhuizen thematisch te gaan werken. ‘Tot 2010 werkte ik vooral vrij, intuïtief en associatief. Ik was vrij in materiaal, in denkwijze. Ik liet me erg leiden door het proces zelf.’ De keuze om meer thematisch te werken viel samen met een sabbatical jaar (2010/11). ‘Voor dat jaar wilde ik een duidelijk plan hebben, om geen kostbare tijd te verspillen. Ik wilde het werk ook voor mezelf beter kunnen uitleggen. Toen heb ik besloten mijn werk te verbinden aan een boek. Uiteindelijk heb ik dat met drie boeken gedaan.’ Zo las ze als voorbereiding op haar reis naar Groenland het boek van Kim Leine, dat ze inmiddels meerdere keren heeft gelezen. Haar thematische invalshoek brengt ook twijfels. ‘Ik dacht zo nu en dan: waar is mijn intuïtieve, spontane handelen gebleven? Met dat thematisch werken win je iets, maar verlies je ook iets.’ Toch sluipen er nog altijd absurde, associatieve elementen haar werk binnen – momenten waarop iets onverwachts zich aandient. Die vrijheid uit zich ook in haar onconventionele materiaalgebruik: zo gebruikt ze bijvoorbeeld kunsthaar, dat ze op intuïtieve wijze in haar werk heeft verwerkt. De echte bevrijding vond ze echter opnieuw in het handelen zelf – in het snijden, knippen en losscheuren. Vanaf 2020 besloot ze toe te geven aan die altijd al aanwezige behoefte om te snijden, om letterlijk de voorstelling los te maken uit de omgeving. ‘Het is een resolute handeling,’ zegt ze. ‘Het geeft voldoening, het is heerlijk om te doen.’ Dat fysieke gebaar roept ook jeugdherinneringen op: aan haar moeder die kookte in de keuken, terwijl zij aan tafel plakken koolraap sneed en er gezichtjes in maakte. Of aan haar vader, die beschuiten insneed of een sinaasappelschil tot lachend gezicht vormde. ‘Het snijden en knippen is voor mij verbonden met warmte, gezelligheid, plezier,’ zegt ze. ‘Dat heeft onbewust zeker meegespeeld. Het is iets gevoelsmatigs – en tegelijk heel associatief.’ Die behoefte om zich los te snijden keert ook terug in haar manier van werken. ‘Als je met z’n tweeën reist en je gaat tekenen, dan maak je je los van de ander. Dan val je als het ware samen met jezelf.’ Tekenen is voor Veenhuizen meer dan een artistieke handeling: het is een manier om aanwezig te zijn, in directe relatie met de omgeving. Tijdens een reis naar Antarctica zat ze een uur lang alleen op een steen te tekenen. ‘Het was op een schiereiland bij Patagonië. Je moest er met een groepje rondlopen, maar ik heb me even losgemaakt. Daar heb ik een heel intense tekening gemaakt. Als ik die nu zie, zit ik onmiddellijk weer daar.’ In Op Groenland komt al die gelaagdheid samen. De tekeninstallatie die ik eerder zag in de Pulchri Studio in Den Haag had toen nog een driehoeks compositie. De installatie is voortdurend in beweging gebleven: ze wordt losgemaakt, gehergroepeerd, opnieuw samengesteld en er worden dingen toegevoegd. Gaandeweg kreeg het werk ook een meer maatschappijkritische lading. ‘Dat is geleidelijk gekomen,’ zegt de kunstenaar. ‘Het losmaken, aan elkaar koppelen, hergroeperen – het werk krijgt steeds een nieuwe context.’ De tekeninstallatie groeit, verschuift, verandert. ‘Ik krijg steeds meer zin om dit weer voort te zetten,’ zeg ze enthousiast. ‘Misschien moet ik toch nog maar weer eens terug naar Groenland!’ RECENSIE OVER DE TEKENING `VERDWAALD IN HET LANDSCHAP` (140 X 100 CM) Zie overzicht oeuvre onder ICONISCHE FIGUREN UIT DE BLOG VAN VILLA REPUBBLIKA (http://villalarepubblica.wordpress.com/) door Bertus Pieters n.a.v zijn bezoek aan de Zomerexpositie in het Gemeentemuseum in Den Haag Lang geleden maar nog steeds een mooie beschrijving van deze tekening In `VERDWAALD IN HET LANDSCHAP’, een prettig grote tekening van Egbarta Veenhuizen zitten twee haasachtigen niet bepaald heel parmant in een landschap dat ook niet echt op een vreedzaam knollenland lijkt. De twee grote hazen lijken een soort speelgoed te zijn, blijkbaar van hout, wel beweegbaar, maar bepaald niet knuffelbaar. Het is niet duidelijk of de houten hazen sympathiek van aard zijn of kwaad in de zin hebben. Er lijkt alles uit deze unheimische wezens voort te kunnen komen. Dat wordt nog benadrukt door hoe de ene haas over het witte konijntje heen gebogen staat. Maar mooier is misschien nog dat niet slechts het plaatje hier telt maar vooral ook hoe het plaatje is gemaakt, hoe het verhaal verteld wordt. In een grote tekening waar het wit van het papier zo nadrukkelijk aanwezig is, is het eigenlijk verwonderlijk hoeveel verschillende tekentechnieken gebruikt zijn. Kijk naar de robuuste manier waarmee de contouren van de hazen getekend zijn, hoe fraai de kop van de zittende haas is uitgewerkt, met de grijsblauwe pupil in het oogwit en de quasi- glimlachende bek. Kijk naar de vreemde gegumde structuren en de contouren van de gebogen haas en het witte konijntje eronder. Maar zie ook het verschil tussen de hooiachtige hoop eromheen, het prachtig diepe perspectief naar de heuvels die daar weer achter liggen en het blauw daarboven als slotaccent. Het aardige is dat dit alles vrij onnadrukkelijk gebeurt. Het accent ligt niet op de techniek, maar die techniek is in feite overal aanwezig in de tekening en leidt tot een wonderlijk geheel. |
||||||||||||
|
|
||||||||||||||